Oefenhoek


1. Oefen op Bingel

  • Klik hier om naar de website van Bingel te gaan om oefeningen te maken.

2. Diverse oefeningen

1 Getallen van 1 tot 10: combineeroefening Open
2 Getallen van 11 tot 20: luisteroefening Open
3 Getallen van 1 tot 10: schrijfoefening Open
4 Getallen van 1 tot 20: woordenzoeker Open
5 Getallen van 11 tot 20: schrijfoefening Open
6 Getallen van 11 tot 20: schrijf- en rekenoefening Open
7 Les couleurs (de kleuren) Open
8 Les couleurs (de kleuren): kleuroefening Open
9 Les couleurs (de kleuren): schrijfoefening Open
10 Mijn familie: luister- en combineeroefening “Voici ma famille!” Open
11 Mijn familie: luister- en combineeroefening Open
12 Je voorstellen: leeftijd Open
13 Iemand begroeten: combineeroefening Open
14 Iemand begroeten: luister- en schrijfoefening Open
15 Iemand begroeten: luister- en schrijfoefening “À bientôt!” Open
16 Le temps (het weer): combineeroefening woordenschat Open
17 Le temps (het weer): luister- en schrijfoefening “Quel temps fait-il?” Open
18 Le temps (het weer): luister- en schrijfoefening “La météo en France” Open
19 Leesoefening: vrienden Open
20 Rangtelwoorden: woordenschat Open
21 Rangtelwoorden: combineeroefening Open
22 Rangtelwoorden: invuloefening Open
23 Le corps Open
24 Le corps: chez le médecin Open
25 Le corps: complète le robot Open
26 Le corps: zinnen aanvullen Open
27 Le corps: tetris Open
28 La maison: het juiste voorvoegsel Open
29 La maison: het juiste voorvoegsel Open
30 La classe: woordenschat: luister- en schrijfoefening Open
31 La classe: woordenschat: luister- en schrijfoefening Open
32 Les aliments (voedingsmiddelen) Open
33 Les aliments (voedingsmiddelen): liste des courses Open
34 Les aliments (voedingsmiddelen): le sondage Open
35 La maison: schrijfoefening “Bienvenue chez moi” Open
36 La maison: luisteroefening Open
37 Les vêtements: combineeroefening Open
38 Les vêtements: luister- en schrijfoefening Open
39 Les vêtements: het juiste lidwoord Open
40 Les vêtements: un/une/des Open
41 Les vêtements: combineeroefening “Ils sont habillés comment?” Open
42 Les vêtements: schrijfoefening “Habille-moi!” Open
43 Les vêtements: woordzoeker Open
44 Les vêtements: modeshow Open
45 Les vêtements: pacman Open
46 Getallen van 1 tot 100: luister- en schrijfoefening Open
47 Getallen van 1 tot 100: luister- en skioefening tegen de tijd Open
48 Getallen van 1 tot 100: luister- en schrijfoefening tegen de tijd Open
49 Getallen van 1 tot 100: luisteroefening “C”est loin d”ici?” Open
50 Getallen van 1 tot 100: luisteroefening “Je me présente” Open
51 Getallen van 1 tot 100: Trouvez le numéro Open
52 Chez le papetier (in de winkel) Open
53 L”heure: luister- en schrijfoefening Open
54 L”heure: luister- en schrijfoefening Open
55 L”heure: lees- en klokoefening Open
56 L”heure: luister- en klokoefening Open
57 L”heure: luister- en schrijfoefening “Ma journée” Open
58 L”heure: tetris Open
59 L”heure: 24 heures Open
60 L”heure: luisteroefening “À la gare” Open
61 L”heure: schrijfoefening “À la gare” Open
62 Les animaux: luisteroefening Open
63 Iemand beschrijven Open
64 De maanden van het jaar: schrijfoefening Open
65 De maanden van het jaar: woordenzoeker Open
66 De datum zeggen en begrijpen: luisteroefening Open
67 De datum zeggen en begrijpen: spelshow: luisteroefening Open
68 De datum zeggen en begrijpen: luister- en combineeroefening Open
69 De datum zeggen en begrijpen: luisteroefening met kalender Open
70 De datum zeggen en begrijpen: leesoefening Open
71 De dagen van de week: “Qu”est-ce qu”on fait aujourd”hui?” Open
72 Les moyens de transport Open
73 Transport: combineeroefening “Tu y vas comment?” Open
74 Transport: schrijfoefening “Tu y vas comment?” Open
75 De dagen van de week: luister- en schrijfoefening tegen de tijd Open


1. Zinsontleding

Oefenen op het vinden van de persoonsvorm, het onderwerp, … kan via deze website.

2. Taalbeschouwing

Voor enkele oefeningen rond taalbeschouwing, kan je een kijkje nemen op deze website.

3. Werkwoordspelling

Spelling Werkwoordspelling: Tegenwoordige tijd: Enkel stam Open
Spelling Werkwoordspelling: Tegenwoordige tijd: Enkel stam + t Open
Spelling Werkwoordspelling: Tegenwoordige tijd: Enkelvoud (stam / stam + t) (1) Open
Spelling Werkwoordspelling: Tegenwoordige tijd: Enkelvoud (stam / stam + t) (2) Open
Spelling Werkwoordspelling: Tegenwoordige tijd: Allerlei (1) Open
Spelling Werkwoordspelling: Tegenwoordige tijd: Allerlei (2) Open
Spelling Werkwoordspelling: Tegenwoordige tijd: Allerlei (3) Open
Spelling Werkwoordspelling: Tegenwoordige tijd: Allerlei (4) Open
Spelling Werkwoordspelling: Tegenwoordige tijd: Allerlei (5) Open
Spelling Werkwoordspelling: Verleden tijd: Klankveranderende of sterke werkwoorden (1) Open
Spelling Werkwoordspelling: Verleden tijd: Klankveranderende of sterke werkwoorden (2) Open
Spelling Werkwoordspelling: Verleden tijd: Zwakke werkwoorden op -te(n) Open
Spelling Werkwoordspelling: Verleden tijd: Zwakke werkwoorden op -de(n) Open
Spelling Werkwoordspelling: Verleden tijd: Allerlei (1) Open
Spelling Werkwoordspelling: Verleden tijd: Allerlei (2) Open
Spelling Werkwoordspelling: Verleden tijd: Allerlei (3) Open
Spelling Werkwoordspelling: Verleden tijd: Allerlei (4) Open
Spelling Werkwoordspelling: Voltooid deelwoord: Laatste letter t Open
Spelling Werkwoordspelling: Voltooid deelwoord: Laatste letter d Open
Spelling Werkwoordspelling: Voltooid deelwoord: Door elkaar (1) Open
Spelling Werkwoordspelling: Voltooid deelwoord: Door elkaar (2) Open
Spelling Werkwoordspelling: Voltooid deelwoord en bijvoeglijk naamwoord Open


1. Maak de oefentoetsen online!


1. Flip de klas